Logistiek en vervoer

Logistiek is gericht op plannen en het effectief en efficiënt uitvoeren van bevoorrading. Het is een kwestie van organisatie, planning, besturing en uitvoering van goederenstromen, geldstromen en informatiestromen. De logistieke deelprocessen zijn: ontwikkeling, inkoop, productie en distributie met inzet van personeel producten verplaatsen naar de eindafnemer (inclusief de omgekeerde goederenstroom oftewel reverse logistics). Verwant begrip is Supply Chain Management (SCM). Conclusie: juiste producten (grondstoffen en materialen), op de juiste tijd, op de juiste plaats, in de juiste hoeveelheden tegen optimale kosten. Doelstellingen zijn enerzijds kosten minimalisatie (laag kapitaalgebruik) en anderzijds maximalisatie klantenservice.

Logistieke planningssystemen zijn:

1. SIC (Statistic Inventory Control)
Verwante termen zijn: kaartenbak, seriegrootte
2. MRP I (Material Requirement Planning)
Verwante termen zijn: stuklijsten, hoofdproductieplan, geprognosticeerde vraag, inkoopproces
3. MRP II (Manufacturing Resource Planning)
Verwante termen zijn: productiefactoren (ook machines en mensen), planningsconcept, besturingsconcept, Rough Capacity Requirements Planning
4. ERP (Enterprise Resource Planning)
Verwante termen zijn: customer relation management (relatiebeheer en verkoopondersteuning), Supply Chain Management, WorkFlowManagement

Logistiek (handel en industrie) omvat aanvoeren grondstoffen (onderdelen), transporteren van goederen, magazijnbeheer, voorraadbeheer, productieplanning, distributieknooppunten en goederenstromen. Huidige ontwikkelingen zijn internationalisering, schaalvergroting en concentratie van productie- en distributie activiteiten. Logistiek relevante functies zijn transport en opslag.

Vervoer is gericht op het verplaatsen van personen of goederen (verkeer), zoals bijvoorbeeld met de auto, fiets, trein, vliegtuig, tram, taxi en bus (vormen van vervoer, vervoermiddelen). Het proces van verplaatsingen wordt verkeer genoemd.

Vormen van vervoer zijn:
1. Personenvervoer: particulier personenvervoer (auto, motor), collectief personenvervoer
openbaar vervoer, treinvervoer, OV te water, stadsvervoer, streekvervoer, besloten busvervoer (bijvoorbeeld dagtochten), taxivervoer. Valt onder de wetten: Wet personenvervoer 2000 en de Amvb Besluit 2000.
2.Goederenvervoer: verplaatsen van goederen over de weg per vrachtauto, het water per schip/boot, spoorrails per trein, door de lucht per vliegtuig en door pijpleidingen. Maakt deel uit van logistieke dienstverlening met een duidelijke informatiebehoefte zeer belangrijk (EDI, Electronic Data Interchange).

Transport is gericht op het verplaatsen (transporteren of vervoeren) van iets: een voorwerp (goederenvervoer), een mens (personenvervoer), brandstof (brandstoftransport) of data (datatransport), van de ene plaats naar de andere. Hiertoe worden transportmiddelen ingezet zoals een fiets, auto, schip of vliegtuig (maar ook kabel en radiogolven). Verwante termen zijn: overslagfaciliteiten (stations, havens), transportmiddelen, voertuigen, infrastructuur, vertrekpunt, bestemming.

Vervoersmodaliteiten zijn:
1. Wegvervoer
- personenvervoer (vierwielers: auto, bus, ambulance) (tweewielers: motor, bromfiets, scooter, solex, fiets)
- goederenvervoer (containerwagen, vrachtwagen, tractor)
- kledingvervoer
- systeemtransport (heenzending en retourzending)
- vervoer van brandbare/gevaarlijke stoffen (tankauto)
- vervoer van beperkt houdbare goederen (koelwagen)
- veevervoer (veewagen)
2. Scheepvaart
- passagiersvervoer (catamaran, passagiersschip, hovercraft, veerpont, draagvleugelboot)
- goederenvervoer ( bulkcarrier, containerschip, binnenvaartschip, koelschip, vrachtschip)
- brandstoftransport (bulkcarrier, tanker)
- werkschepen (pipelayer, sleephopperzuiger, snijkopzuiger, steenstorter)
- recreatie ( motorjacht, zeiljacht, historische schepen)
3. Spoorwegen
- personenvervoer (trein, passagierstrein, tram, metro (ondergrondse), zweeftrein, HSL of HST, TGV )
- goederenvervoer (containertrein, goederentrein)
4. Luchttransport
- passagiersvervoer (helicopter, passagiersvliegtuig, vliegvelden)
- goederenvervoer (transportvliegtuig, zeppelin)
- recreatie (zweefvliegtuig)
5. Pijptransport (gaspijp, oliepijp)
6. Kabeltransport (computerkabel, glasvezelkabel, telefoonkabel, televisiekabel)