Landbouw en Visserij

Landbouw (oftewel landbouw en tuinbouw) is gericht op de productie van dieren en planten voor menselijke consumptie. Landbouwkunde bestudeert de landbouw met als beroepsgroep agrariërs oftewel boeren. Om productieresultaten te verbeteren wordt irrigatie toegepast.

Landbouwactiviteiten zijn:
1. veeteelt (het houden van gedomesticeerde dieren)
2. visteelt
3. bosbouw (natuurlijke en kunstmatig aangelegde bossen gericht op houtproductie)
4. tuinbouw (boomteelt, fruitteelt (vruchten), groenteteelt, paddenstoelenteelt en sierteelt (siergewassen).

Landbouwproducten zijn naast voedsel ook , biobrandstoffen (biodiesel, ethanol, gas, snelgroeiend hout), bloemen, bont, drugs, enzymen en medicijnen (van genetisch gemanipuleerde planten).

Om te komen tot een hoge opbrengst per hectare is kennis nodig van bestrijding van schimmels en insecten, bodem, genetische manipulatie, gewassen, meststoffen, onkruidbestrijding, plantenveredeling en waterbeheersing. Andere factoren zijn mechanisatie en klimaat.

Veeteelt
Dieren (koeien, schapen, geiten, paarden, varkens) worden gehouden voor eieren, melk, vlees (proteïne) of leer en zijde. Boeren die naast vee ook gewassen verbouwen hebben een gemengd bedrijf (mest en stro). Fokken (door kunstmatige inseminatie) is een onderdeel van de veeteelt om de veestapel op peil te houden. Manieren van fokken zijn selectief fokken, raszuiver fokken en kruisen.

Intensieve veeteelt gebruikt kunstmest, ruwvoer, krachtvoer (geconcentreerde diervoeding) en diergeneesmiddelen om de productie van landbouwproducten te verhogen.

Vee is vatbaar voor ziekten door bacteriën, insecten, parasieten, maden, schimmels en virussen:
- koeien (uierontsteking, ziekte van Bang, gekke koeienziekte (BSE)mond- en klauwzeer (MKZ))
- kippen (marekse verlamming)
- pluimvee (vogelpest)
- schapen (leverbotziekte door cysten)
- varkens (varkenspest)
Wisselbouw (vruchtwisseling) is een manier om ziekten tegen te gaan.

Melkveebedrijven melken vanuit een melkstal machinaal. De eerste melk van een koe wordt biest of colostrum genoemd. De melkproductie duurt gemiddeld 8,5 maanden.
zuivelproductie

Het varken is een afstammeling van het wilde zwijn. Ze worden met name binnen gehouden (binnenverblijf) en eten speciaal samengesteld voer zoals granen en tapioca en afval van de levensmiddelenindustrie (mesten van vleesvarkens).

Eenden, ganzen, kalkoenen en kippen (scharrelkippen, legbatterij) vallen onder de pluimveesector.

Akkerbouw is gericht op het verbouwen van gewassen zoals graan (eetbare korrels die rijk zijn aan zetmeel). Bekende korrels zijn tarwe, gerst, gierst, maïs, haver, rijst, sorghum, teff en tarwe. Bekende eetbare producten zijn rijst en bloem. Graangewassen worden ook gebruikt voor de bereiding van alcoholische dranken (bier, rijstwijn), veevoer en zetmeel. Manier van werken is zaaien, telen en oogsten.

Een stuk land waar bomen of struiken worden verbouwd heet een plantage (wijngaarden, boomgaarden, aanplantingen voor timmerhout).

Bosbouw is gericht op het produceren van hout (houtwinning) door natuurlijke en kunstmatig aangelegde bossen (boomplantages):
- voor de bouw van huizen
- maken van meubels en kisten (hardhout: eiken en beuken uit loofbossen, rozenhout en mahonie)
- productie van triplex, papier en karton (zachthout: vuren, grenen en sparren)
Systemen van bosbouw zijn leegkap, selectief kappen en zaadbomen.

Tuinbouw(bedrijven) zijn gericht op het telen van vruchten, groenten, sierplanten(bloemen en bloembollen zoals de tulp en de narcis), bomen en paddenstoelen door het gebruik van kunstmest, bestrijdingsmiddelen, irrigatie en broeikassen.

Boomgaarden zijn gericht op het kweken van appels, kersen, peren en pruimen
Wijngaarden zijn gericht op het verbouwen van druiven (wijn, krenten en rozijnen)

Glastuinbouw (tuinders) is gericht op een gecontroleerde omgeving (ventilatieramen, druppelsysteem) ten gunste van de groei van gewassen. Bekende producten zijn tomaten, komkommers en snijbloemen (orchideeën, roos, chrysant en gerbera, potplanten en cactussen).

Biologische landbouw is gericht op natuurlijk produceren zonder gebruik te maken van chemicaliën.

Visserij is gericht op het vangen vissen, weekdieren, schaaldieren en schelpdieren, zoogdieren, algen en wieren. Voor de voedselvoorziening en als productiegrondstof (bijvoorbeeld lijm). Er is sprake van beroepsvisserij, sportvisserij en recreatie. Hulpmiddelen zijn netten en fuiken.

Er is een indeling te maken binnen de visserij:
- zoetvisserij, brakvisserij, zeewatervisserij (milieu)
- zeevisserij, kustvisserij, riviervisserij (geografische ligging)
- haring, platvis, paling, gape, makreel, kabeljauw (soort)
- boomkor, trawl, zegen, vleet,hoekwant, fuik, hengel (vistuig)
- industrievisserij, bevolkingsvisserij (gebruikersdoel)
- industriële visserij, semi-industriële visserij, ambachtelijke visserij (technologische ontwikkelfase)

Tegenwoordig is er sprake van overbevissing (afspraken d.m.v. visquota). Viskweek (viskwekerijen) worden steeds belangrijker).

Vangstgebieden zijn diepzeevisserij (de oceanen, vriestrawlers), noordzeevisserij (grote boomkorkotters), kustvisserij (eurokotters) en binnenvisserij (binnenwateren).

Vissoorten zijn de platvisvloot, de rondvisvloot, de garnalenvloot en de schelpdiervisserij (mosselen, oesters, kokkels etc.).