ICT en Internet
ICT (in buitenland IT) staat voor informatietechnologie (hardwareproducten/hardwarediensten en softwareproducten/softwarediensten) en communicatietechnologie (communicatieapparatuur/communicatiediensten). Dit is een vakgebied gericht op informatiesystemen, telecommunicatie en computers binnen een bedrijfskundige context. Er is sprake van onderstaande indeling:1. systeembeheer/netwerkbeheer (ontwikkelen en onderhouden van computersystemen en netwerken)
2. applicatiebeheer (onderhouden van programmatuur)
3. applicatie ontwikkeling (ontwikkelen van databanken, websites (internetsites) en het schrijven van bijvoorbeeld administratieve software.
Tegenwoordig is er door de beschikbare bandbreedte van het internetprotocol (IP) sprake van convergentie: kleiner worden van verschillen in datastromen (bijvoorbeeld kabeltelefonie/internettelefonie) en datastromen die in elkaar overgaan.
De ICT sector kent de volgende indeling:
1. Hardware (computers, printers, beeldschermen, professoren, chips). Relevante termen zijn: mainframe, midrange servers, werkstations, personal computers.
2. Software (code die de hardware aanstuurt)
3. Diensten (in gebruik nemen van hardware en/of software, alsmede support bij het operationele gebruik.
ICT bedrijven zijn productleveranciers (zelf ontwikkelen van hardware en softwarepakketten), dienstenleveranciers (diensten op basis van uurtje/factuurtje of fixed price) of gemengde bedrijven
Software komt voor als product maar ook als dienst. Er is sprake van kopen of op maat maken. Er is altijd sprake van gebruikerslicenties.
Specifieke software is bedrijfssoftware: ontworpen voor de ondersteuning van interne bedrijfsprocessen (inkoopadministratie, voorraadadministratie, verkoopadministratie, boekhouding en salarisadministratie) zoals ERP en CRM.
Uitbestedingsvormen zijn insourcing, hosting, ASP, shared services centra en outsourcing (verkoop IT afdeling en IT infrastructuur)
Internet is een netwerk van computernetwerken: meer dan een netwerk binnen een organisatie of gebouw (computernetwerk). Via het internetprotocol (IP) kunnen verschillende computernetwerken met elkaar communiceren. Naast het communicatieprotocol IP zijn er talloze andere protocollen: TCP, UDP, DNS, PPP, SLIP, ICMP, POP3, IMAP, SMTP, HTTP, HTTPS, SSH, Telnet, FTP, LDAP, SSL en TLS.
Email en het World Wide Web maken gebruik van deze protocollen. Andere diensten die hierop voortbouwen zijn: mailinglijsten en weblogs.
Nadelen van internet zijn: virussen, spyware, anoniem (onpersoonlijk), schenden van privacy, groot energieverbruik door datacenters.
Een intranet is een afgeschermde omgeving (privaat netwerk) binnen een organisatie (bijvoorbeeld een koppeling van Local Area Networks oftwel LAN’s), via een gateway gekoppeld aan internet. Doel van intranet is het elektronisch delen van informatie binnen een bedrijf. Maar ook teleconferenties en elektronisch samenwerken in groepen.
Een extranet maakt informatie toegankelijk voor klanten, partners, leveranciers of anderen buiten de organisatie (bestellingen plaatsen op bedrijfsnetwerk). Dit betekent dat privacy en beveiliging belangrijk zijn:
- firewall servers
- encryptie/decryptie
- digitale certificaten (authenticatie)
- VPN (virtual private network/datanetwerk)
Gebruikersmogelijkheden zijn:
- EDI (electronic data interchange)
- Delen van productcatalogi met bijvoorbeeld groothandels
- Delen van patiënten dossiers
- Elektronisch bankieren
- Online boekhouden